De zorgstructuur binnen de school
Iedere leerling heeft een eigen weg, een opdracht, voor de een gaat dit meer vanzelf dan voor een ander. Daar waar het niet zo vanzelf gaat zetten we extra zorg in, in de vorm van Remedial Teaching of een andere vorm van ondersteuning.
Als blijkt dat een leerling in de lessen of na een toets een achterstand heeft, neemt de leerkracht contact op met de intern begeleider en de ouders. De intern begeleider zal in overleg bepalen welke stappen genomen moeten worden. Voor elke leerling die extra zorg nodig heeft wordt een handelingsplan geschreven waarbij de voorgenomen stappen expliciet beschreven worden. Het handelingsplan wordt bewaard in het digitale leerlingvolgsysteem. Iedereen die met deze kinderen werkt houdt dan ook stipt de vorderingen bij.
Het schooljaar is opgedeeld in zorgperiodes van elk zes à zeven weken. Een handelingsplan wordt steeds voor de duur van één zorgperiode opgesteld. Na elke zorgperiode vindt er een evaluatie plaats van de ingezette zorg door de leerkracht en de intern begeleider. Aan de hand van die evaluatie wordt bepaald welke zorg voor een bepaald kind in de volgende zorgperiode wordt ingezet.
Daar waar de doelstelling uit het handelingsplan niet bereikt wordt zal er worden overlegd wat de volgende stappen zullen zijn om het doel te halen dan wel te overwegen een kind te verwijzen naar een ander soort onderwijs.
Remedial teaching
Extra ondersteuning bij het leren kan zowel individueel als in groepjes nodig zijn. Daarbij kan in of buiten de klas gewerkt worden. Het streven is om de kinderen zoveel mogelijk in de klas te laten en de extra inzet ook daar te laten plaatsvinden.
De extra inzet
Wanneer blijkt dat de school geen antwoord kan geven op de vraag die het kind aan ons stelt wordt er gezocht naar oplossingen buiten de school of hulp gevraagd bij andere instanties zoals de begeleidingsdienst voor vrije scholen.
De zorgstructuur van onze school is vastgelegd in het Zorgplan dat is in te zien bij de intern begeleider.
Ouders en leerlingenzorg
Wanneer een leerkracht merkt dat een kind iets moeilijk vindt of niet zo goed kan, dan geeft de leerkracht in de groep extra hulp. Wanneer deze extra hulp geregeld is aangeboden en niet het gewenste resultaat heeft wordt na overleg met de Intern begeleider of RT-er een handelingspan gemaakt voor een individuele leerling omdat het nodig is dat extra hulp gestructureerd wordt aangeboden.
Een handelingsplan voor een individuele leerling is een standaardformulier. De naam van de leerling wordt ingevuld, het gesignaleerde probleem wordt beschreven en het doel dat na een bepaald aantal weken (meetbaar) bereikt moet zijn. In het handelingsplan staat ook vermeld met welke materialen er wordt gewerkt, hoe vaak de extra hulp plaats vindt en door wie. Bijvoorbeeld de leerkracht, de Remedial teacher of een onderwijsassistente. Tenslotte wordt ook vermeld wanneer het handelingsplan wordt geëvalueerd. Wanneer bij de evaluatie blijkt dat de doelstelling is behaald wordt het handelingsplan afgesloten en de extra hulp stopgezet. Is de doelstelling niet gehaald dan zal, binnen de mogelijkheden van de school, de hulp worden voortgezet.
Wordt het handelingsplan in de klas uitgevoerd dan worden ouders, door de leerkracht, door middel van een standaardbriefje geïnformeerd. De resultaten en een eventueel vervolg worden door de leerkracht en/of de Intern Begeleider met de ouders besproken. Ouders kunnen met hun vragen bij de leerkracht terecht.
Als er buiten de klas extra hulp wordt geboden bv. door een Remedial teacher dan is vooraf de toestemming van ouders vereist. De resultaten en een eventueel vervolg worden door de leerkracht en /of de Intern begeleider met de ouders besproken. Ouders kunnen met hun vragen bij de leerkracht terecht.
Als er door de school externe deskundigheid wordt ingeschakeld dan is vooraf de toestemming van ouders vereist. De resultaten en een eventueel vervolg worden door de leerkracht en /of de Intern Begeleider en/of onderzoeker met de ouders besproken. Ouders kunnen met hun vragen bij de Intern Begeleider terecht.
Als er sprake is van verwijzing naar ander onderwijs is toestemming van de ouders vereist en de ouders worden intensief betrokken in het verwijzingsproces. Ouders kunnen met inhoudelijke vragen bij de Intern Begeleider terecht en met procedurele vragen bij de schoolleider.
Extra kunstzinnige en motorische begeleiding
Deze vorm van ondersteuning wordt ingezet bij leerlingen die extra zorg nodig hebben op o.a. psychomotorisch gebied of in sociaal emotioneel opzicht en wordt gegeven door Gonnie Bal-Schiermeier van Praktijk Helica. Er wordt gewerkt op individuele basis.
De begeleiding
De begeleiding is sterk onderwijs- gerelateerd en wordt ingezet als de hulpvraag op therapeutisch niveau dient te worden ondersteund. Hetzelfde is van toepassing bij de z.g.n.“Rugzak -begeleiding”.
Naast op maat gerichte aandacht voor de gewenste ondersteuning zullen kinderen ook vaardigheden aangereikt krijgen die hen verder helpen. Deze specifieke begeleiding kan op elk gewenst moment worden opgestart op verzoek van de ouders en in overleg met de leerkracht.
De behandelingen vallen onder de verantwoording van praktijk Helica. Informatie kunt u opvragen bij Gonnie Bal-Schiermeier (sinds 1997 verbonden aan Vrije School De Zwaan).
In alle gevallen geldt dat er gedurende de behandelperiode overleg is tussen de leerkracht, ouders en Gonnie waardoor de begeleiding altijd aansluiting vindt bij de klassensituatie. Bovendien vindt de begeleiding plaats op school, tijdens de schooluren.
Vergoeding
Bovenstaande extra begeleidingen komen op kosten van de ouders.
Afhankelijk van uw zorgverzekeraar, kunnen de behandelingen geheel of gedeeltelijk worden vergoed.
Voor verdere informatie met betrekking tot de vergoedingen verwijzen wij u naar de website van Praktijk Helica: www.helica.nl. Hier vindt u tevens informatie over andere aangeboden specialismen.
School Video Interactie Begeleiding
School Video Interactie begeleiding (SVIB) is één van de begeleidingsmethodieken die onze school hanteert om het onderwijs zo goed mogelijk af te stemmen op de leerlingen. Deze methodiek wordt voornamelijk ingezet om leraren te ondersteunen bij hun onderwijstaak. De methodiek wordt zowel ingezet bij vragen rondom leerlingenzorg, als bij vragen rondom onderwijsvernieuwing.
De intern begeleider en de directeur hebben de tweejarige opleiding School Video Interactie Begeleiding gevolgd en zijn bevoegd om opnames te maken en te bespreken. Daarvoor hanteren zij een beroepscode, waarin o.a. staat dat gemaakte opnames niet voor andere doeleinden gebruikt worden. Zo blijven de videobeelden die in de klas gemaakt worden, onder beheer van de SVIB-er en worden niet –zonder haar uitdrukkelijke toestemming en die van de betrokken leerkracht- aan anderen vertoond.
Indien de methodiek wordt ingezet bij specifieke begeleidingvragen van één of meer leerlingen, dan worden de ouders/verzorgers hiervan in kennis gesteld en om toestemming gevraagd.
PASSEND ONDERWIJS
Samenwerkingsverband WSNS
In het kader van het Weer Samen Naar School-project (WSNS) zijn wij verbonden met het samenwerkingsverband van de Vrije scholen en werken we samen met de Tobiasgaard, school voor speciaal onderwijs op Vrije Schoolbasis.
Leerlinggebonden financiering: het ‘rugzakje'
Niet alle leerlingen kunnen op onze school worden aangenomen. Een leerling met een indicatie voor één van de vier clusters die er bestaan naast het speciale onderwijs en het gewone basisonderwijs, kunnen (in sommige gevallen) op onze school een plek krijgen. Het betreft hier leerlingen met spraak-, gehoor- en/of gezichtsproblemen, lichamelijke handicaps of resterende ontwikkelingsvragen zoals lichte vormen van autisme, syndroom van Asperger, etc.
De school moet kunnen garanderen dat, eventueel door aanpassingen, daadwerkelijk kan worden geregeld dat een leerling met een rugzakje kan worden geholpen in zijn of haar ontwikkeling. Als die mogelijkheid er is zal hierover in nauw overleg met de ouders een besluit worden genomen ('Beleid ten aanzien van kinderen met specifieke onderwijs-leerbehoeften' is bij de administratie verkrijgbaar).
Verwijzing en leerlinggebonden financiering
Als het nodig is een leerling naar het speciaal onderwijs te verwijzen, treedt het aannameprotocol van de Permanente Commissie Leerlingenzorg in werking. Een afschrift van dit protocol ligt op school ter inzage. De commissie heeft een goed overzicht van de plaatsingsmogelijkheden van alle antroposofische scholen en instellingen in de regio. De Vrije Schoolvoorziening voor speciaal onderwijs, 'de Tobiasgaard', is in Zutphen gevestigd.
Een informatiefolder is op school verkrijgbaar. Een enkele keer wordt, in goed overleg met ouders, naar een reguliere school verwezen.
Het inzagerecht van ouders
Ouders hebben als wettelijk vertegenwoordiger van hun kind recht op inzage in het leerlingdossier. Ouders kunnen een afspraak met de directeur maken om het dossier in te zien. Hierbij is altijd iemand van de school aanwezig in verband met de privacy van anderen. Ouders mogen een kopie maken van het dossier en onjuiste informatie laten verbeteren of verwijderen. Ouders ontvangen een afschrift van het onderwijskundig rapport wanneer hun kind naar het voortgezet onderwijs gaat.
Inzage door derden
In enkele gevallen is de school verplicht om gegevens uit het leerlingdossier aan derden te geven. Dit is bijvoorbeeld het geval bij:
In overige gevallen moeten de ouders eerst toestemming geven voor derden gegevens uit het leerlingdossier van hun kind mogen inzien.
De grenzen van de zorg in onze school
Het is mogelijk dat er zich, ondanks intensieve begeleiding, voor de school en/of voor een leerling onoplosbare problemen voordoen. Interne beoordeling van de verschillende overwegingen kunnen een rol spelen bij de verwijzing naar ander onderwijs. Deze overwegingen kunnen zijn :
Van genomen maatregelen of beslissingen worden ouders/verzorgers, in overleg op de hoogte gesteld door de Intern Begeleider en/of schoolleider. Indien er sprake is van verwijzing naar ander onderwijs is de schoolleider de eindverantwoordelijke en zal de school, het proces naar ander onderwijs begeleiden.
Indien er sprake is van disciplinaire maatregelen zoals bv. ontzegging van de toegang tot de school, tijdelijke verwijdering, schorsing dan wel verwijdering hanteert de school daarvoor een vastgestelde procedure. De schoolleider van de school zal in overleg met het bestuur van de Stichting vrijescholen Noord Oost Nederland in Zutphen, de procedure die hiervoor is opgesteld (zie Wet Primair Onderwijs) volgen en hanteren.
De leerplichtambtenaar, van de gemeente waar de leerling woont, wordt van een disciplinaire maatregel in kennis gesteld.
Dyslexieprotocol
Bij het volgen van de taalontwikkeling van leerlingen hanteert de school ook, als onderdeel van het Leerling Volgsysteem, een Dyslexieprotocol vanaf de kleuterklas. Hierdoor kan dyslexie worden gesignaleerd en indien noodzakelijk met extra hulp worden begeleidt. Als er duidelijke aanwijzingen zijn van ernstige dyslexie, bij de verschillende stappen die gezet zijn, volgens het Dyslexieprotocol wordt in overleg met de ouders, gestart met een een meer gerichte aanpak. Ouders kunnen dan vervolgens met het door school verzorgde dossier bij hun zorgverzekeraar een beroep doen op de dyslexiebehandeling in het basispakket. Omdat de aanpak van ernstige dyslexie een van zaak van een lange adem is, is de samenwerking tussen school en thuis belangrijk. In ieder geval is het belangrijk dat het kind gemotiveerd raakt voor lezen en spelling. In belang van het vroegtijdig signaleren is het belangrijk dat ouders bij aanmelding de school, de kleuterjuf en/of leerkracht informeren over eventuele (erfelijke) aanleg voor dyslexie bij hun kind.
De opbouw van het taal- en leesonderwijs op de vrijeschool is anders dan in het reguliere basisonderwijs. Het voortraject ziet er daardoor anders uit en duurt langer. Op grond daarvan is een leerling die in aanmerking komt voor een buitenschools dyslexieonderzoek doorgaans wat ouder dan in het reguliere onderwijs. Ouders die hun kind aanmelden op school moeten rekening houden met dit verschil
Dyslexie en de zorgverzekering
Sinds 1 januari 2009 zit hulp (onderzoek en behandeling) bij dyslexie in het basispakket van de zorgverzekering.
Voor wie is deze regeling?
Omdat deze regeling nieuw is worden nog steeds veranderingen aangebracht in de interpretatie en organisatie van deze regelgeving.
Informatie:
Voor meer informatie: www.masterplandyslexie.nl en www.steunpuntdyslexie.nl.
Op school kunt u met uw vragen en voor inzage in het dyslexieprotocol terecht bij de Intern Begeleider.
Onderzoek naar dyslexie bij de Begeleidingsdienst voor vrijescholen
De Begeleidingsdienst voor vrijescholen werkt nu een aantal jaar samen met ONL (Onderwijszorg Nederland) op het gebied van de dyslexie en zorgverzekering. Schoolpsychologen van de Begeleidingsdienst voor vrijescholen die aan de eisen van de verzekering voldoen hebben de eindverantwoordelijkheid over de diagnostiek en de behandeling.
Het begeleidingsaanbod op dit gebied bestaat uit:
Eisen voor vergoede diagnostiek en behandeling:
Het voortraject
De vrijeschool heeft haar eigen leesmethode en kan deze ook aanhouden. Vanaf het moment echter dat er sprake is van uitval in het proces van het leren lezen, dan is het noodzakelijk om in het daarop volgende oefentraject gebruik te maken van effectieve leesmethodes en goedgekeurd oefenmateriaal voor lezen en spelling. De vragenlijst voor de school is te vinden op www.vrijescholen.com.
Ouders en school
De vergoeding verloopt via de verzekering van de ouders; zij zijn dan ook degenen die hun kind aanmelden. De school levert bij de aanvraag een dossier in. De Begeleidingsdienst voor vrijescholen beoordeelt het dossier op de verplichte eisen. Wanneer aan de eisen wordt voldaan, doet de Begeleidingsdienst voor vrijescholen een onderzoek dat wordt vergoed door de verzekering. Wanneer niet aan de eisen wordt voldaan, stuurt de Begeleidingsdienst voor vrijescholen het dossier terug aan de school met een korte motivatie van afwijzing en eventueel adviezen voor wat er nog nodig is om in aanmerking te komen voor behandeling. De vragenlijst en de aanmelding voor de ouders is te vinden op www.vrijescholen.com.
De behandeling
Wanneer uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van ernstige enkelvoudige dyslexie, dan kan de behandeling starten. Dyslexiebehandelaars van de Begeleidingsdienst voor vrijescholen geven dit onder schooltijd, en een psycholoog van de Begeleidingsdienst voor vrijescholen begeleidt hen bij het hele proces. Deze behandelaars zijn professionals op het gebied van de remedial teaching en krijgen een aparte dyslexie opleiding, werken volgens een vastgestelde methode en werken samen met de school. Wekelijks werkt de behandelaar met het kind, en op school en thuis wordt daarnaast gericht geoefend. De zorgverzekeraar van de ouders van het kind vergoedt de behandeling aan de Begeleidingsdienst voor vrijescholen. Een behandeling duurt tussen de 12 maanden en 18 maanden.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de Begeleidingsdienst voor vrijescholen op de website www.vrijescholen.com of 0343-524090.